EEN AANGEBOREN BEPERKING IN HOREN ÉN ZIEN
Wat als jouw kind niet goed hoort én niet goed ziet? Bijvoorbeeld door het CHARGE-syndroom?
Ben jij ouder van een kind dat niet goed kan horen én niet goed kan zien? Heb je hier vragen over? Of twijfel je of je kind niet goed hoort én niet goed ziet? Hier vind je antwoorden op verschillende vragen over een aangeboren beperking in horen én zien (BHZ*). Bij sommige antwoorden vind je specifieke informatie over het CHARGE-syndroom. Het CHARGE-syndroom is de meest voorkomende oorzaak van een aangeboren BHZ. De volgende vragen worden beantwoord:
De informatie op deze pagina is vooral bedoeld voor de ouder die nog niet zo heel lang weet dat zijn/haar kind een aangeboren BHZ heeft. Je vindt hier basisinformatie over het omgaan met de beperking en het dagelijks leven van een kind met een BHZ. Daarnaast vind je links naar relevante websites. Medische informatie wordt op deze pagina beknopt besproken. Wil je meer medische informatie over een BHZ, vraag dit dan aan een behandelend arts of huisarts.
Er zijn ook twee videos over leren en ontwikkelen met het CHARGE syndroom. Je vindt ze onder vraag 5.
*De officiële benaming is een ‘beperking in horen én zien (doofblindheid)’, voor de leesbaarheid van de informatiepagina wordt de afkorting BHZ gebruikt.
Een kind dat doof of slechthorend is, heeft een auditieve beperking. Een kind dat blind of slechtziend is, heeft een visuele beperking. Kan jouw kind niet goed horen én niet goed zien? Dan heeft hij/zij een beperking in horen én zien (BHZ). Dit wordt ook wel doofblindheid genoemd. Dit betekent niet altijd dat iemand helemaal doof en helemaal blind is. Ook wanneer iemand slechthorend én slechtziend is, noemen we dit een BHZ.
De auditieve en visuele beperking samen maakt het een unieke beperking. Dit komt doordat het ene zintuig niet meer kan compenseren voor het andere zintuig. Wanneer je goed kan horen en zien vullen het gehoor en de visus elkaar aan. Kan je niet goed horen, maar wel goed zien (of andersom) dan compenseert het ene zintuig voor het andere. Bij een beperking in horen én zien is dit aanvullen niet of minder mogelijk. Daarom heeft deze beperking veel impact op het dagelijks leven.
Wist je dat…
Er tot voor kort alleen medische beschrijvingen voor een BHZ waren? Zo’n medische definitie richt zich op het verlies van het gehoor (in decibel) en het verlies van de visus, zoals verminderde gezichtsscherpte en gezichtsveld. Sinds 2022 is er naast de medische definitie óók een officiële Nederlandse functionele definitie van een beperking in horen én zien (doofblindheid). Deze functionele definitie beschrijft welke invloed de beperking heeft op het dagelijks leven. Dit is de Nederlandse Functionele Definitie van Doofblindheid. Een uitgebreide beschrijving van deze definitie vind je hier: De-Nederlandse-Functionele-Definitie-van-Doofblindheid-met-toelichting-Juni-2022.pdf (deelkracht.nl)
Een aangeboren beperking in horen én zien (BHZ) ontstaat voor of tijdens de geboorte, óf in de eerste levensjaren van het kind. Het kan een gevolg zijn van een syndroom, zoals het CHARGE- syndroom. Er zijn ook andere syndromen waarbij een aangeboren BHZ voorkomt, zoals:
Een aangeboren BHZ ontstaat niet altijd door een (erfelijk) syndroom. De beperking kan ook ontstaan door complicaties tijdens de zwangerschap of bij de geboorte. Vaak zijn verschillende onderzoeken bij de kinderarts, de kinderneuroloog en ook klinisch-genetisch onderzoek nodig om de oorzaak van een aangeboren BHZ te bepalen.
Het CHARGE-syndroom
Een aangeboren BHZ kan het gevolg zijn van het CHARGE-syndroom. Het CHARGE-syndroom is een zeldzame en genetische aandoening. Het CHARGE-syndroom wordt meestal veroorzaakt door een verandering in de genen. Het komt voor bij jongens en meisjes. In Nederland worden er ongeveer 15 kinderen per jaar geboren met dit syndroom. Heeft jouw kind het CHARGE-syndroom? Dan kunnen de volgende problemen voorkomen:
Welke problemen voorkomen en hoe ernstig ze zijn, verschilt per kind. De combinatie van al deze beperkingen maakt CHARGE-syndroom heel ingewikkeld.
Om erachter te komen of een kind een beperking heeft in horen én zien (BHZ), is diagnostiek nodig. Dit betekent dat er onderzoeken worden gedaan naar het gehoor en het zien. Het is belangrijk dat dit zo vroeg mogelijk gebeurt.
Wist je dat…
Als jouw kind niet goed hoort, er een grotere kans is dat jouw kind ook niet goed ziet. Dit geldt ook andersom: Een kind dat niet goed ziet, heeft een grotere kans op slechter horen. Het is daarom belangrijk om het gehoor én het zicht van jouw kind te laten onderzoeken in het ziekenhuis als er problemen zijn.
Hieronder vind je een korte beschrijving van een aantal onderzoeken voor het horen en voor het zien. Als er onderzoek is gedaan, vraag dan altijd naar een brief waarin de conclusies van het onderzoek staan en eventuele adviezen. Heb je twijfels over wat jouw kind hoort en ziet, vraag dan altijd of hier (meer) onderzoek naar gedaan kan worden. Dit kan in het ziekenhuis of bij een specialistische organisatie.
Onderzoek voor het horen
Het gehoor wordt gemeten om vast te stellen hoeveel decibel gehoorverlies jouw kind heeft.
In de eerste week na de geboorte, komt het consultatiebureau langs om een standaard gehoortest te doen. Als uit deze test blijkt dat jouw baby mogelijk niet goed hoort, dan wordt deze test herhaald. Dit gebeurt meestal ook thuis. Als de uitslag onvoldoende blijft, dan volgt er een derde gehoortest. Deze test vindt plaats in het ziekenhuis en gebeurt met een ander apparaat. Is ook die uitslag onvoldoende, dan krijg je een doorverwijzing naar een audiologisch centrum. Hier wordt het gehoor uitgebreider onderzocht. Dit gebeurt vaak voordat de baby 3 maanden oud is. Elk kind krijgt weer een standaard gehoortest op 5-jarige leeftijd.
Mocht jouw kind niet goed horen, dan kan je kiezen om een erfelijkheidsonderzoek te laten doen. Zo’n onderzoek kan laten zien of jouw kind een bepaald syndroom heeft of dat er een andere erfelijke oorzaak is voor het gehoorverlies. Via het bloed van het kind wordt dan zijn/haar DNA onderzocht. Vaak wordt ook bloed afgenomen van de ouders om hun DNA te onderzoeken. Een erfelijkheidsonderzoek wordt gedaan door de klinisch geneticus of KNO-arts in het ziekenhuis.
Onderzoek voor het zien
De gezondheid van het oog, zoals de pupil en het netvlies wordt bekeken door de oogarts. Zo’n oogheelkundig onderzoek bij baby’s gebeurt op de polikliniek van Oogheelkunde in het ziekenhuis. Dit onderzoek wordt niet standaard gedaan door het consultatiebureau. Het consultatiebureau doet wel altijd een onderzoek naar het zien als het kind 4 jaar is.
Met een oogheelkundig onderzoek krijgt de baby druppels die de pupillen wijder maken. Bij het onderzoek worden de oogleden open gehouden met een ooglid-spreider. Hoeveel jouw baby echt kan zien is lastig te onderzoeken. Maar het kan wel een idee geven van het zien, en of er misschien afwijkingen zijn zoals scheelzien.
Pasgeboren baby’s kunnen nog niet scherp zien op grote afstand omdat de ogen en de oogzenuw nog in ontwikkeling zijn. Er kan wel bij een jong kind onderzocht worden hoe scherp het ziet. Dit noemen we gezichtsscherpte. Ook kan bij een jong kind overzocht worden of het goed om zich heen kan zien. Dit noemen we gezichtsveld. Deze onderzoeken worden gedaan door een orthoptist bij een specialistische organisatie. De oogarts kan je hiernaar doorverwijzen.
Deze signalen bij baby’s kunnen betekenen dat jouw baby niet goed ziet:
Herken je deze signalen of maak je je om andere redenen zorgen over het zien? Vraag dan aan de huisarts om een verwijzing naar een oogarts om de gezondheid van het oog en het zien van jouw kind te laten onderzoeken.
Een aangeboren beperking in horen én zien (BHZ) heeft een grote impact op het leven. Elk kind en elke ouder gaat daar anders mee om. Gelukkig vinden de meeste kinderen met een aangeboren BHZ en hun ouders een weg. Vaak blijken kinderen enorme doorzetters die veel kunnen leren als zij goede ondersteuning krijgen. In onderstaand filmpje maak je kennis met Sylvia. Sylvia vertelt hoe de aangeboren BHZ invloed heeft op het leven haar dochter Susanne (nu 37 jaar).
Sylvia: “Een beetje afgesloten zijn van de wereld als niemand de wereld naar jou brengt”.
Susanne heeft als gevolg van haar vroeggeboorte meerdere beperkingen, waaronder ook een beperking in horen én zien (doofblindheid). Door deze beperking ervaart Susanne de wereld anders dan mensen die goed kunnen horen én zien. Toch kan zij leren, zich ontwikkelen en communiceren. Wel is Susanne hiervoor afhankelijk van haar omgeving. Wanneer haar omgeving snapt hoe Susanne leert, de wereld ervaart en hoe zij kan communiceren, maakt dit haar wereld een beetje groter.
Een aangeboren beperking in horen én zien (BHZ) heeft impact op de ontwikkeling van een kind. Leren gaat bij de meeste kinderen bijna helemaal vanzelf. Bij een kind met een BHZ gaat dit vaak anders. Het kind zal zich in kleinere stapjes ontwikkelen dan kinderen zonder deze beperking. Maar dat betekent niet dat er geen ontwikkeling mogelijk is!
Ontwikkeling kun je zien als een pyramide die bestaat uit verschillende bouwstenen. De basis van deze pyramide ligt in het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg), hier zijn de andere bouwstenen op gebouwd. In onderstaande animatie wordt deze pyramide van leren uitgelegd. Vervolgens wordt verteld hoe deze pyramide er meestal uit ziet bij kinderen met het CHARGE-syndroom.

De pyramide bestaat uit de volgende bouwstenen, die in de animatie verder worden uitgelegd:
Deze animatie gaat over leren en ontwikkelen met het CHARGE-syndroom. Maar de video geeft ook inzicht in hoe kinderen met een aangeboren BHZ (zonder CHARGE) leren en hoe verschillende bouwstenen samenwerken.
Zoals uitgelegd in de animatie, bestaan de sensorische bouwstenen uit acht zintuigen. Naast de vijf bekende zintuigen (horen, zien, tast, reuk, smaak) zijn er drie minder bekende zintuigen. Deze drie zintuigen spelen een rol in het voelen van je eigen lichaam. De werking van deze zintuigen is ontzettend belangrijk in het dagelijks leven. Het aanvoelen van je lichaam en je hierin goed te voelen, helpt om je te kunnen richten op wat er in de omgeving gebeurt. Het gaat om de volgende drie zintuigen:
Evenwicht
De evenwichtsorganen zitten in het binnenoor. Deze organen geven informatie door aan de hersenen over de positie van het hoofd. Bijvoorbeeld of je beweegt, welke kant op en met welke snelheid. Deze informatie is nodig wanneer je beweegt en stilstaat. De evenwichtsorganen spelen ook een rol bij het kijken, bijvoorbeeld om scherp te kunnen zien terwijl je beweegt. Zonder evenwichtsorganen kosten bepaalde houdingen zoals staan en zitten veel energie. Omdat liggen het minste energie kost, blijft er in deze houding de meeste energie over voor andere dingen.
Proprioceptie
Het proprioceptieve zintuig wordt gevormd door sensoren in de spieren, gewrichten en zenuwen. Met dit zintuig kun je voelen welke houding jouw lichaam heeft, bijvoorbeeld of je met de benen over elkaar geslagen zit, zonder naar je benen te hoeven kijken. Wanneer proprioceptieve informatie minder goed wordt waargenomen, kost het meer energie om je te richten op wat er om je heen gebeurt.
Interoceptie
Het interoceptieve zintuig wordt gevormd door sensoren in de organen. Met dit zintuig voel je het lichaam van binnenuit. Zo kun je bijvoorbeeld voelen of je dorst hebt, moet plassen, of dat het hart sneller gaat kloppen in een spannende situatie. Door dit te voelen, kun je actie ondernemen om je fijner te voelen. Bijvoorbeeld wat drinken als dat nodig is of naar de wc gaan.
Wist je dat…
Het tastzintuig erg belangrijk is voor kinderen met een BHZ? Wanneer de ogen en oren niet goed gebruikt kunnen worden, zijn de handen en de rest van het lichaam des te belangrijker: om te voelen, ervaringen mee op te doen en om mee te communiceren. De tast is een nabijheidszintuig, dit betekent dat het kind voor het gebruiken van de tast alleen informatie kan ontvangen en delen die zich in en direct buiten het lichaam bevindt. Het is hierom belangrijk om dicht(er)bij het kind te zijn.
Door jouw kind met een BHZ te ondersteunen, zal het zich beter kunnen uiten en de wereld om zich heen beter begrijpen. Maar hoe doe je dat precies? Hieronder staan een aantal manieren van hoe je dit kunt doen:
Wil je leren hoe je jouw kind met een BHZ goed kunt ondersteunen? Neem dan contact op met een specialistische organisatie. Welke organisaties dit zijn, wordt besproken bij vraag 7.
Het verhaal van Jolien en Arwen
In onderstaande video zie je Jolien. Zij is moeder van Arwen, een jongere met het syndroom van CHARGE. Jolien vertelt hoe de ontwikkeling van Arwen is verlopen en hoe zij haar dochter ondersteunt hierin.
De beperking in horen én zien (BHZ) van jouw kind kan van grote invloed zijn op jullie (gezins-)leven. Hoe en in welke mate dit verandert hangt af van verschillende dingen, zoals:
Levend verlies
Een kind met een BHZ zet het leven op z’n kop. Het betekent vaak dat ideeën, plannen en dromen voor de toekomst moeten worden bijgesteld. Dit kan gevoelens van verdriet, rouw en verlies geven. Als ouder kun je ook verlies ervaren om iets wat er nooit zal zijn. Deze rouw en verlies gevoelens zijn er vaak een leven lang, niet alleen bij het vaststellen van de diagnose maar vaak ook nog daarna. Bij elke nieuwe levensfase van het kind kunnen deze rouwgevoelens terugkomen. Dit wordt levend verlies genoemd, een voortdurend proces van een verlieservaring. Dit levend verlies betekent dat jullie als ouders steeds opnieuw moeten kijken hoe het dagelijks leven past bij de mogelijkheden én beperkingen van het kind: Wat kan er wel? Wat kan er niet? Welke ondersteuning is nodig? Het dagelijks leven kan er hierdoor in verschillende levensfases anders uitzien.
Er zijn organisaties die gespecialiseerd zijn in het bieden van onderwijs en ondersteuning aan kinderen met een beperking in horen én zien (BHZ). Bij zo’n organisatie kijken ze naar wat jouw kind allemaal wél kan en hoe het zich kan ontwikkelen. Er kan onderzoek worden gedaan in waar jouw kind goed in is en daarnaast krijg je praktische adviezen. Bijvoorbeeld over hoe jouw kind beter kan leren communiceren, wat belangrijk is in schoolkeuze of wat jouw kind nodig heeft aan hulpmiddelen. Je leert daar als ouder(s) ook hoe jij jouw kind beter kunt ondersteunen en met hem/haar kunt communiceren.
In Nederland is de zorg verdeeld in (1) de auditieve sector (voor problemen met horen) en (2) de visuele sector (voor problemen met zien). Een kind met een beperking in horen én zien kan bij organisaties uit alle twee de sectoren terecht. Deze organisaties verschillen vaak wel in hun aanbod, expertise en toelastingseisen. Dit kan het ingewikkeld maken om de juiste hulp te vinden. Daarnaast zitten deze specialistische organisaties niet overal in Nederland waardoor een locatie ver van een woonplaats kan zitten.
Specialistische organisaties
Hieronder staat een overzicht van organisaties die ondersteuning bieden aan kinderen met een BHZ.

De website Sociale Kaart Doofblindheid geeft een overzicht van organisaties of diensten die ondersteuning bieden aan mensen met een BHZ, van jonge kinderen tot (jong) volwassenen en ouderen. Er is ondersteuning op onder andere de volgende gebieden:
Raadpleeg voor meer informatie de website van de Sociale Kaart: Sociale kaart voor een beperking in horen en zien (doofblindheid) | Zoek organisaties
Daarnaast is er DB-connect: het landelijk informatiepunt voor iedereen met een BHZ. Professionals vanuit de bovenstaande organisaties werken hier samen. Op hun website staat allerlei informatie en ze geven gratis antwoord op al jouw vragen over een beperking in horen én zien. Wat is doofblindheid – DB-connect (dbconnect.info)

Lotgenotencontact
Hulp en steun vanuit jouw sociale netwerk kunnen erg helpend zijn. Maar zelfs dan kun je als ouder(s) soms het gevoel hebben dat je het even niet meer weet en dat je er alleen voor staat.
Goedbedoelde adviezen die werken bij kinderen zonder een BHZ werken niet altijd bij kinderen met deze beperking. Dan kan het fijn zijn om contact te zoeken met lotgenoten. Dit zijn andere ouders die een kind hebben met een BHZ. Hier vind je een aantal links naar lotgenoten organisaties:
Voor nog meer verhalen, lees dan ook het boek ‘In mijn hart…, uit mijn handen’, een bundel met verhalen van ouders van een kind die intensieve zorg nodig heeft. Boek over zoektocht naar goede zorg voor kind

