Jonge kinderen en TOS

Bij kinderen tot vier jaar kun je eigenlijk nog niet goed zeggen of er sprake is van TOS. Bij die kinderen spreken we daarom over een vermoeden van TOS.

Jonge kinderen met een vermoeden van TOS hebben problemen met het leren van taal.

Ze zijn moeilijk te verstaan, leren weinig nieuwe woorden en maken bijna geen zinnen. Sommige kinderen hebben ook moeite met het begrijpen van taal.

TOS bij schoolgaande kinderen

Als de taalontwikkeling anders blijft dan bij leeftijdgenoten, dan spreken we van een taalontwikkelingsstoornis.

Een kind met TOS is dan soms nog moeilijk te verstaan, kent weinig woorden en maakt fouten bij het maken van zinnen. Ook heeft het kind met TOS vaak problemen bij het vertellen over een eigen ervaring, of bij het vertellen van een verhaal aan anderen. Hierdoor heeft het kind bijvoorbeeld moeite met de dagelijkse communicatie thuis en op school.

(Jong)volwassenen met TOS

TOS gaat niet over, maar de één houdt er meer last van dan de ander.
Hoeveel last je hebt van TOS hangt niet alleen af van hoe erg je taalproblemen zijn.

Je kunt er weinig last van hebben door persoonlijke eigenschappen of talenten. Of door kansen die je krijgt in het sociale leven en de maatschappij.

Je kunt er veel last van hebben door sociaal-emotionele problemen door TOS of door pijnlijke ervaringen thuis, op school of in de buurt.

Een deel van de (jong)volwassenen loopt door TOS vast: op school, in sociale relaties, op de arbeidsmarkt of op weg naar zelfstandigheid.

Voor deze groep is er nog weinig zorg op maat. In Deelkracht zoeken we samen naar oplossingen.